Sophomore |ˈsäf(ə)ˌmôr|

[sof-uh-mawr, -mohr; sof-mawr, -mohr]    

 

 

 

The blue Lodge wasn't blue at all   

 

'Evidently there is something wrong with you', she said.

 

Come in your blue stockings 

 

Come in your blue stockings 

 

 

Come in your blue stockings 

 

Sirocco 2.55

Alsof er een wolk voor de maan schuift, valt er een stilte op de geest.

De hele kamer kijkt in stilte naar de binnenkomst van de Ierse Woolf. En toen de scéne kwam dat hij zijn jas ophing en hij door de gang liep, hij liep door de gang met de herkenbare langzame tred die hij alleen bezat. Niemand in de kamer zou net zoveel recht hebben om hem te zijn dan hijzelf. Daar was het groene linoleum van de gang, dacht hij. En de druppelende kraan in de toilet. Hij liep verder langs de sfeer van opschik en koketterie die sijpelde langs de aanwezigen. Hier bood een hand zich aan, daar een wang. De gevoelloosheid waarde rond en hij vond het waarlijk ametant. Ze marcheerden langzaam langs hem heen, langs iedereen op hun rustige manier, alsof één wil hun armen en benen eenparig bewoog.

Er leek geen einde te komen aan de roze gang die smaller en smaller werd, net als zijn bed.

 

Hij trof haar midden in de kamer, omringd door de schoonste schepsels. Zij droeg een jurk bij elkaar gehouden door kostbaar naaizij, bijeengebracht door de vakkundigste en vleitigste handen. Dat wist hij. Met een zweem van kleur, zoals een blos die je trachte te onderdrukken, maar waar je dan, als hij doorbrak en zich verspreide, aan over gaf. Terwijl je naar de uiterste grens snelde en daar stond te beven en voelde hoe de wereld dichterbij kwam, gewollen van een verbijsterende betekenis; één of andere verrukkelijke vervoering, die de huid deed barsten en die met een buitengevoel van verlichting naar buiten gutste over de kloven en wonden stroomde en gutste.

Zij haalde haar handen uit haar schoot om op zijn harige, zachte wang de kus te geven van medelijden en vergeving. Nog altijd was zij verknocht aan hem en voelde zich altijd een beete nietig naast hem, als een schoolmeisje. Hij keek verlegen naar haar gezicht waar de ene vriend na de andere haar gezicht had weerspiegeld, haar stem had weerkaatst, haar ogen had beantwoord. En zo leek zij de verdedigster van de rechten van de slapers.

 

Langzaam kan het beginnen. De onherroepelijkheid van de avond en zijn belofte waren compleet.

Een ieder kon vanavond zijn tekortkomingen achter zich laten, er zou niet gehoond worden, niet gedebatteerd. Het zou perfect en compleet zijn.

 

Dit nummer herkende hij en begon zachtjes te fluiten, tussen zijn tanden door, ‘Who is afraid of the Irish Woolf?’. Als verdoofd werden zijn ledematen meegetrokken in de muziek. Rustig en gecontroleerd vond zijn lichaam het ritme. Door zijn ogen te sluiten hervond hij de discipline die nodig was om hier heelhuids aan te ontsnappen. Maar het was te laat, de onherroepelijkheid van de situatie had zich al geplant in zijn binnenste. Het was enkel een kwestie van wachten geweest totdat zijn lichaam zich over zou geven om het te omarmen. De vrijheid keek hem onwennig aan.

Toen waaide zijn dunne lange mantel, die door de warme wind bewogen werd, open met een allesomvattende goedheid, een weemoedige tederheid.

De wind bleek op iedereen een andere uitwerking te hebben.

 

Iedereen wist waarom zij zich in deze kamer bevonden. Zij waren als mist uitgespreid tussen al die mensen die zij het best kenden. De slapeloosheid die vooraf ging aan hun handelen maakte dat alles ontastbaar leek, onwerkelijk.

 

Een ondoordringbaarheid maakte zich meester van de groep. Als afgesproken dwarrelde de volle, weldadige sigarenrook koel door de keel en werd weer uitgeblazen in kringen die een ogenblik dapper in de lucht bleven hangen. Blauw en rond begonnen zij in zandlopervormen te schommelen en weg te drijven. Vreemde vormen krijgen ze, dacht ik. De scéne werd herhaald en verveeld door de repetitie keken zij als gehypnotiseerd dezelfde kant op. Naar mij.

 

Deze hele escapade was verzonnen, zoals je het beste van je leven verzint. Jezelf verzinnen, de ander verzinnen: een heerlijk amusement scheppend verzinnen en nog iets meer.

Maar niets heeft echt plaatsgevonden, tenzij het geregistreerd is.